Free Section  - Quick Takes

01. Pneumonie bij schizofrenie: welke antipsychotica vormen het grootste risico?

Published on February 1, 2025 Certification expiration date: February 1, 2028

Scott R. Beach, M.D.

Associate Professor of Psychiatry - Harvard Medical School - Massachusetts General Hospital

Key Points

  • Het pneumonierisico is het hoogst bij quetiapine (>440 mg), clozapine (>180 mg) en olanzapine (>11 mg), vermoedelijk door anticholinerge effecten.
  • Het risico op pneumonie verdubbelde nagenoeg elke vijf jaar vanaf de leeftijd van 50 jaar, waarbij mannen een hoger risico hadden.
  • Bij patiënten op een hoog-risicoregime kan het zinvol zijn om actief te vragen naar slikklachten en een rudimentaire slikbeoordeling te verrichten tijdens het consult.

Text version

Pneumonie: een onderbelicht bijwerkingsprofiel van antipsychotica

Pneumonie is waarschijnlijk niet de eerste bijwerking die bij de meeste clinici opkomt bij het voorschrijven van antipsychotica. Veelal staat de aandacht gericht op een breed scala aan andere bijwerkingen, zoals gewichtstoename, metabole effecten, hyperprolactinemie, extrapiramidale symptomen, QT-verlenging, neuroleptisch maligne syndroom en plotse dood bij oudere patiënten.

Nietttemin blijkt pneumonie een significant risico te vormen bij patiënten die een breed spectrum aan antipsychotica gebruiken, met name bij middelen met een hoge anticholinerge belasting, en dit risico lijkt dosisafhankelijk te zijn.

Studie onderzoekt pneumonierisico bij schizofrenie

Deze studie maakte gebruik van gegevens uit het Finse zorgregister, met inbegrip van patiënten van 16 jaar en ouder met een diagnose van schizofrenie of schizoaffectieve stoornis. Gedurende de studieperiode werden bijna 9.000 patiënten meer dan 15.000 keer opgenomen in het ziekenhuis wegens pneumonie. Opvallend is dat ongeveer 13% van de gehospitaliseerde patiënten binnen 30 dagen overleed.

Free Files
Success!
Check your inbox, we sent you all the materials there.

Risicofactoren: leeftijd, geslacht en antipsychotica

Het risico op pneumonie verdubbelde nagenoeg elke vijf jaar vanaf de leeftijd van 50 jaar. Het risico was significant hoger bij mannen, met name boven de 40 jaar. Een van de meer onverwachte bevindingen was dat antipsychotische polytherapie niet geassocieerd was met een verhoogd pneumonierisico ten opzichte van geen antipsychoticagebruik. Antipsychotische monotherapie daarentegen wél, en dit op een dosisafhankelijke wijze.

Hoog-risicomiddelen: quetiapine, clozapine en olanzapine

Bij analyse van specifieke middelen was het pneumonierisico het hoogst bij:

  • quetiapine bij doses hoger dan 440 mg
  • clozapine bij doses hoger dan 180 mg
  • olanzapine bij doses hoger dan 11 mg per dag

De auteurs wijzen erop dat deze middelen alle een hoge anticholinerge belasting hebben. Geen van de klassieke antipsychotica (eerste generatie) was geassocieerd met een verhoogd risico.

Anticholinerge effecten als drijvende kracht achter het pneumonierisico

De bevindingen van deze studie maken duidelijk dat de anticholinerge eigenschappen van antipsychotica het pneumonierisico verhogen via oesofageale dysmotiliteit en dilatatie, alsook via sedatie.

De auteurs merken op dat middelen met anticholinerge effecten doorgaans ook antihistaminerge eigenschappen hebben, waardoor het onduidelijk blijft of antihistaminerge effecten — zoals bijkomende sedatie — een aanvullende bijdrage leveren aan het verhoogde risico.

Free Files
Success!
Check your inbox, we sent you all the materials there.

Monotherapie versus polytherapie: verrassende bevindingen

Uit verdere analyse bleek dat hoge-dosis monotherapie — maar niet lage- of middeldosis monotherapie — geassocieerd was met een verhoogd risico.

Daartegenover stond dat polytherapie niet geassocieerd was met een verhoogd risico, ongeacht de totale dosisbelasting. Deze bevindingen lijken op het eerste gezicht opmerkelijk en enigszins contraintuïtief. De auteurs veronderstellen echter dat hoge-dosis monotherapie leidt tot saturatie van specifieke receptoren — in dit geval cholinerge receptoren — terwijl polytherapie vermoedelijk meerdere verschillende receptorsystemen beïnvloedt zonder saturatie te bereiken bij een specifieke receptorgroep, wat mogelijk een lager pneumonierisico met zich meebrengt.

Implicaties voor de klinische praktijk

Wat betekenen deze bevindingen voor de dagelijkse praktijk?

Het lijkt zeker zinvol om bij oudere patiënten — met name mannen — die hogere doses gebruiken van een van de drie meest geïmpliceerde middelen (quetiapine, clozapine of olanzapine) nauwlettender te monitoren op pneumonierisico.

De auteurs suggereren dat het op zijn minst redelijk is om patiënten actief te bevragen over slikproblemen en eventueel een rudimentaire beoordeling hiervan te verrichten tijdens het consult.

Bij patiënten die een hoog-risicoregime volgen en toch pneumonie ontwikkelen, kan het overwegen van een alternatief behandelschema gerechtvaardigd zijn.

Een reflexmatige stopzetting van medicatie die therapeutisch effectief is gebleken in de context van een ongewenste gebeurtenis is echter niet aangewezen.

Een zorgvuldige afweging van de risico’s, voordelen en alternatieven — in overleg met de patiënt en diens naasten — verdient de voorkeur als meer prudente benadering.

Free Files
Success!
Check your inbox, we sent you all the materials there.
Continue in the website
Instant access modal

Become a Silver, Gold, Silver extended, Gold extended, Silver – fr, Silver extended – fr, Gold – fr or Gold extended – fr Member.

2025–26 Psychopharmacology CME Program

Unlock up to CME Credits, including SA CME Credits.

This site is registered on wpml.org as a development site. Switch to a production site key to remove this banner.