Tekstversie
Nieuwe meta-analyse stelt standaardaanbevelingen ter discussie
Ik moet toegeven dat ik bij het lezen van dit nieuwe artikel aanvankelijk verward en bezorgd was. U kent de gangbare aanbeveling: antidepressiva worden niet als monotherapie ingezet bij een bipolaire I-depressie.
Deze nieuwe netwerk-meta-analyse concludeerde echter dat geen enkel antidepressivum geassocieerd was met een significant verhoogd risico op een manische switch ten opzichte van placebo — zelfs niet bij gebruik als monotherapie.
De ISBD Task Force-consensus van 2014
In 2014 riep de International Society for Bipolar Disorders (ISBD) een task force bijeen over antidepressiva, met maar liefst 60 co-auteurs. Alle grote academische namen wilden hieraan deelnemen.
Hun conclusie was dat het risico op een door antidepressiva geïnduceerde manische switch te groot is — en dat dit risico hoog blijft tenzij de patiënt reeds een antipsychoticum of stemmingsstabilisator gebruikt.
De 60 co-auteurs doorliepen een anonieme, iteratieve vragenlijstserie om tot overeenstemming te komen over hun uiteindelijke aanbeveling: het zogenaamde Delphi-proces. Hun ondubbelzinnige conclusie voor bipolaire I-stoornis luidde dat antidepressiva-monotherapie een manie kan induceren. Terzijde: zij gaven geen uitsluitsel over het gebruik van antidepressiva bij bipolaire II-stoornis, omdat het bewijs onvoldoende was voor een eenduidige aanbeveling.
PDF en andere bestanden downloaden
Meta-analyse suggereert lager risico
Deze nieuwe meta-analyse suggereert dat het risico niet groot genoeg is om die terughoudendheid te rechtvaardigen. De auteurs includeerden uitsluitend gerandomiseerde placebogecontroleerde trials, wat een netwerkvergelijking tussen antidepressiva onderling mogelijk maakte.
Zij concluderen dat “deze bevindingen voorzichtig gebruik van antidepressiva als kortetermijn-aanvullende therapie ondersteunen.” Deze nieuwe netwerk-meta-analyse herinnert ons eraan dat zelfs onze meest gevestigde aannames niet onaantastbaar zijn.
Openheid voor heroverweging blijft essentieel. Laten we daarom nader onderzoeken wat deze ogenschijnlijk afwijkende bevinding kan verklaren.
Mogelijke verklaringen voor de uiteenlopende bevindingen
Werd manie zo ruim gedefinieerd dat veel deelnemers — ook in de placebogroep — eraan voldeden?
Werd enkel gekeken naar bipolaire II- en niet naar bipolaire I-stoornis, waarbij switchen als meer kenmerkend wordt beschouwd?
Werden uitsluitend patiënten geïncludeerd die tevens een stemmingsstabilisator of antipsychoticum gebruikten, wat de switchkans verlaagt?
De relevante data zijn voornamelijk afkomstig uit drie trials: twee oudere studies met amineptine respectievelijk tranylcypromine, en een studie uit 2010 met paroxetine. In die laatste studie gold een hoge drempel voor het vaststellen van een switch — een YMRS-score van 16 of hoger — wat duidelijk in het manische bereik valt.
De kernconclusie van deze nieuwe meta-analyse — dat antidepressiva-monotherapie een iets hoger risico draagt dan placebo — is dus sterk afhankelijk van deze drie studies.
Venlafaxine geassocieerd met hoger switchrisico
Een klinisch relevante kanttekening: vergeleken met SSRI’s lag het relatieve risico voor venlafaxine twee tot viermaal hoger.
De auteurs suggereren dat dit verklaard kan worden door de noradrenerge werking van venlafaxine. Imipramine en desipramine — eveneens noradrenerge middelen — volgden als de volgende meest switch-gevoelige antidepressiva.
PDF en andere bestanden downloaden
Conclusie: open blijven staan voor nieuwe evidentie
Samenvattend herinnert deze nieuwe studie ons eraan open te blijven staan voor data, zelfs wanneer deze onze meest vaste of diepgewortelde overtuigingen ondermijnen.
Steun op de totale bewijslast. Zoek consensus, maar houd conclusies licht vast.
